In drie stappen naar zelf gekweekte groenten

Stap 1: kies een plaats

Voor je één spade in de grond steekt, moet je eens goed nadenken over de locatie van je moestuintje. Want je plantjes zullen per dag minstens zes uur zon nodig hebben. Een moestuin in de schaduw, dat gaat niet.

Het beste kies je een locatie die afgeschermd is van de wind. Dat creëert een warmer microklimaat in je tuin, wat mooiere en grotere vruchten oplevert. Daarom doen moestuintjes in de stad het vaak erg goed.

Stap 2: baken je terrein af

Hoe groot je moestuin wordt, dat hangt wat af van de tijd die je erin wil spenderen. Daarom is het verstandig om niet te groot te beginnen. Als dan blijkt dat je het werk makkelijk aankan, dan breid je gewoon je tuintje uit. Zo’n 10 vierkante meter is een ideaal begin.

Wil je heel het jaar door eten uit je moestuin, dan zal je 50 vierkante meter per persoon moeten voorzien. Maar opgepast, want een tuintje van 100 vierkante meter vraagt elke week een halve dag werk voor onderhoud.

Stap 3: bedjes maken

Je moestuin moet nog onderverdeeld worden in verschillende bedden. Je maakt elk bed 80 centimeter breed en maakt er telkens een paadje van 60 centimeter tussen. Daarna bepaal je welke groenten in welk bed komen.

Elk jaar verander je de groenten van plaats. Je schuift ze één bed op. Daardoor blijven schimmels, parasieten en bodemziekten gewoon in de grond, terwijl je planten van plaats veranderen. En verschillende planten zijn immuun voor elkaars aandoeningen. En zo verdwijnen de ziektes vanzelf weer.

Het beste tuinadvies: verzorg de bodem

Een goede grond levert vanzelf lekkere groenten op. Maar waar moet je allemaal op letten?
  • Voedingrijk: Je bodem moet juist bemest zijn voor je start, dus die voeg je eerst toe. En als je bodem te zanderig is, dan voorzie je ook bodemverbeteraar. Deze zorgt ervoor dat de grond kruimelig wordt en dat de plantjes er beter op groeien.
  • Niet te nat: Je bodem moet goed water doorlaten, want anders zullen de wortels van je planten gaan rotten. De beste test: een emmer leeggieten in een putje. Is het water na een dag weg, dan is het in orde.
  • Luchtig: De bovenste laag van je bodem moet goed losgemaakt en luchtig zijn. De onderste lagen zijn best een week voor het zaaien omgespit.
  • Juiste zuurtegraad: Krijgen je planten gele blaadjes en groeien ze slecht, dan is je bodem waarschijnlijk te zuur. Kalk strooien helpt dan.

Spelenderwijs tuinieren: